Library policies Library hours Library catalogue More than 10,000 books in the database!
De vreemde plant
written by "Robbers, Herman Johan, 1868-1937"
...toch geplukt zou worden, al was 't dan maar door 'n boekhouder, die 'n weinig mottig was. Ze leek op haar vader, ze was een leelijk meisje, met fletse oogen en iets paffigs in haar gezicht. De moeder liep de kamer weer uit. „Je ma schijnt in 'r schik, vandaag,” zei Wim tot zijn meisje,—„maar wat is ze zenuwachtig![Pg 46]” „Gelukkig, dat ze zoo is,” zei Anna—wat korzel door dat ze zoo laat was—„en niet in 'n melancholieke bui zooals eergisteren nog—en zooals zoo dikwijls.” „Zoo, zoo!—Meer dan vroeger?” De oude Rubrecht keek op, niet meer glimlachend, 'n beetje wrevelig. „Wel nee!”—bromde hij—„niet meer dan vroeger—je moet daar niet zoo over praten, Anna,—je weet, 't zit in ma's gestel!—nee! niet meer dan vroeger—niet meer dan vroeger!” „Waar ze nu heen geloopen is?” zei Wim, op zijn horloge kijkend, „'t is half één, Wouter en z'n meisje kunnen ieder oogenblik komen.” „Ik wed, dat ze boven uit 't raam uitkijkt, of ze 'r al aankomen,” antwoordde Anna. En dat scheen 't ook te zijn geweest, want 'n paar minuten later kwam moeder Rubrecht weer binnen, even maar, om blij-gejaagd te roepen: „Daar komen ze, daar komen [Pg 47]ze!” En meteen was ze weer weg om zelf open te doen. De oude heer zette zich in postuur, werd nog rooder dan anders en hoestte herhaaldelijk. Wim knipte zich 'n paar stofjes van de jas, stond op, kuchte ook en was blijkbaar wat verlegen met zijn stijve figuur. Anna ging in de gang over de leuning van de trap staan kijken. En ze kwamen. 't Moedertje kuste beiden met tranen in de oogen zoodra ze in huis waren. Vroolijk pratend kwamen ze de trap op, Anna tegemoet, die haar aanstaande schoonzuster op iedere wang een klapzoen gaf. Toen ze binnen kwamen zette vader Rubrecht zich geheel overeind, maar bij...

This book you can borrow for use directly by visiting our library!